persoon
Allius
ook: Manlius, Mallius
De vriend die de dichter een huis leende voor zijn affaire, aangesproken in de gedichten 68 en 68a; de naam verschijnt bedorven als Manlius/Mallius, en zijn identiteit (mogelijk de bruidegom van gedicht 61) is omstreden.
Leesaantekeningen
- Gedichten §68 Manlius
De vriend die de tranenrijke brief stuurde en (als 'Allius' in 68a) de dichter een huis leende voor zijn affaire; de naam is corrupt in de handschriften en zijn identiteit is omstreden.